Inspectie tevreden over SOOOG; we zijn op de goede weg!

Inspectie tevreden over SOOOG; we zijn op de goede weg!

Terug naar Nieuws | Gepubliceerd op:

 Elk bestuur van scholen in Nederland wordt minstens één keer in de vier jaar onderzocht door de Onderwijsinspectie.

Zo is onze stichting in het voorjaar van 2017 bezocht door de inspectie. De inspectie heeft onderzocht of het bestuur zorgt voor onderwijs van voldoende kwaliteit en we genoeg geld hebben om ook in de toekomst goed onderwijs te blijven verzorgen. Bij vier scholen, OBS de Tweemaster, OBS Eexterbasisschool, OBS Beukenlaan en de afdeling speciaal onderwijs van De Meentschool, heeft de inspectie onderzocht of het bestuur weet hoe het is gesteld met de kwaliteit van het onderwijs op deze scholen. Ook heeft de inspectie gekeken hoe het bestuur er zelf voor zorgt dat het onderwijs op de scholen van goede kwaliteit blijft.

 

Wat gaat goed?

Het bestuur zorgt voor onderwijs van voldoende kwaliteit, brengt verbeteringen aan als het nodig is, verantwoordt zich aan de omgeving en gaat verstandig om met het geld. In het strategisch beleidsplan ‘Focus op groeien’ staat beschreven hoe het bestuur denkt over goed onderwijs en aan welke punten het samen met de scholen wil werken. De inspectie ziet dat de visie en speerpunten van het bestuur ook herkenbaar zijn in de plannen van de scholen waarover het bestuur met clusterdirecteuren en schoolcoördinatoren over de voortgang overlegt. Het bestuur en de directies werken samen met de leraren aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, waaronder de onderwijsresultaten van de leerlingen. De school voor speciaal basisonderwijs en de so-afdeling van de Meentschool dienen het bestuur adequater te informeren over hun onderwijsresultaten. Naast het verbeteren van de kwaliteit van onderwijs monitort het bestuur de tevredenheid van leerlingen, leraren en ouders. Het bestuur houdt zo zicht op de veiligheid van de scholen en de kwaliteit van het onderwijs. Indien nodig treft het bestuur maatregelen op grond van de verkregen informatie. Dat doet het bestuur bijvoorbeeld als de onderwijsresultaten van scholen tegenvallen of als er signalen zijn over de onderwijskwaliteit dan wel de cultuur van de school. SOOOG werkt met een kijkwijzer, waarmee de lesgevende competenties van leerkrachten jaarlijks worden bekeken. De uitkomsten worden besproken met de leerkracht, opgenomen in het personeelsdossier en in een overzicht gedeeld met het bestuur. Twee keer per jaar worden aandachtspunten en bijzondere uitkomsten tijdens de voortgangsgesprekken tussen clusterdirecteur en bestuur met elkaar besproken.

Het bestuur en de scholen van SOOOG werken aan het realiseren van hun ambities en het verder verbeteren van het onderwijs. Dit gebeurt vanuit een professionele cultuur, waarin duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. Leraren en intern begeleiders krijgen voldoende mogelijkheden om scholingen en cursussen te volgen om hun kennis en vaardigheden actueel te houden. Hiervoor worden onder andere de ‘SOOOG-Academie’ en het eigen ‘Expertisecentrum’ benut. Het bestuur legt in haar jaarverslag onder andere uit wat de onderwijsresultaten van het onderwijs zijn, met uitzondering van het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Zowel bij de totstandkoming van het beleid van het bestuur als bij de verantwoording betrekt het bestuur ook relevante partijen. Tot slot is het financieel beheer van het bestuur voldoende.

 Wat kan beter?

Op bestuursniveau en op de scholen gaat, zoals hiervoor gezegd, het nodige goed. Toch zijn er ook punten voor verbetering. Allereerst is op de scholen niet altijd duidelijk uitgewerkt wat bereikt moet worden met de jaarplannen. De leraren en directies kennen het beleid van het bestuur wel en de directies zijn nauw betrokken bij het uitwerken van de speerpunten. Wat nog lastig blijkt, is de vertaling van ons strategisch beleid in concrete speerpunten van het bestuur naar een aanpak die past bij de scholen. Het is niet altijd helder aan welke doelen gewerkt moet worden en hoe dit vervolgens gemeten wordt. Hierdoor bestaat het risico dat men onvoldoende weet of de inspanningen ook daadwerkelijk leiden tot realiseren van de beoogde kwaliteit.

Het bestuur kan het stelsel voor kwaliteitszorg ook meer richten op de scholen van speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Dit vraagt om een verdere uitwerking van en verbinding met bereikte onderwijsresultaten. Het bestuur kan specifiekere eisen stellen aan de onderwijsresultaten van de leerlingen per school. De scholen binnen het bestuur verschillen van elkaar. Door meer rekening te houden met de kenmerken van de leerlingen kan het bestuur voor de ene school hogere doelen stellen dan voor de andere school. Het bestuur houdt in ieder geval de basiskwaliteit als norm voor het onderwijs aan voor de scholen. Een ontwikkelpunt is dat het bestuur de eigen ambities om de kwaliteit van het onderwijs op de scholen op een hoger plan te brengen, meer kan stimuleren.

Het volledige rapport van het vierjaarlijks onderzoek naar ‘bestuur en scholen van SOOOG kunt u hieronder downloaden.